Vroeger, zeg 20 jaar geleden, was het simpel. Je maakte een website met HTML. Een rij waarbij je meerdere cellen samenvoegde was je header. Een kolom waarin meerdere cellen waren samengevoegd je sidebar. Linksboven hield je één cel over voor je logo (paint). En onder de header had je een groot vlak voor tekst.
(meer…)Zoekresultaten voor: “”

Zo scrhijf je een website briefing voor jouw agency
De afgelopen bijna-20-jaar heb ik bij ons bureau heel veel briefings voorbij zien komen voor het maken van een nieuwe website. Sommige briefings zijn heel bruikbaar, sommigen zijn tegenwoordig volledig opgesteld door AI, en bij sommigen hebben we nog wat extra tekst en uitleg nodig om tot de kern te komen.
Maar wat is die kern? Welke informatie mag er niet ontbreken in de briefing die je naar jouw digital agency stuurt? Hieronder een overzicht met elementen die er in ieder geval in moeten staan en andere zaken waar je op kunt letten om de perfecte briefing te schrijven.
(meer…)
Hoe voorkom je een vendor lock-in bij je digital agency?
Ik zag het laatst weer voorbij komen in een briefing van een pitch waar ik in zat: klanten die letterlijk vragen hoe wij een vendor lock-in voorkomen wanneer ons bureau de website of app voor ze gaan bouwen. Ergens natuurlijk een gekke vraag om aan een agency te stellen. De eerste gedachte die ik heb is dat ik mijn klant zo lang mogelijk bij me wil houden. Dus ik ga toch geen gratis tips geven over hoe een vendor lock-in voorkomen kan worden, toch?
En toch is de vraag heel begrijpelijk. Iedereen kent de verhalen van bedrijven die vast zaten aan hun bureau en met grote afkoopsommen pas mochten vertrekken naar een andere partij. Dat voelt ergens niet eerlijk. Je hebt betaald voor een design of een website. Je gebruikt ‘m dagelijks. En dan is die niet van jou? En je redeneert natuurlijk voor de lange termijn. Als er iets gebeurt met het bureau, of er gebeurt iets in de relatie, dan wil je weg kunnen. Meestal gebeurt dit niet, maar het gaat hier ook om het gevoel dat die flexibiliteit en mogelijkheid er is.
(meer…)
GPT-3 en de invloed op podcasts, frist party cookies kunnen gebruikt worden bij Google en het nieuwe platform leeroverzicht.nl. De Nieuwscast Episode 4.
Deze keer in de Van Ons podcast De Nieuwscast:
- Anna heeft het over het nieuwe platform leeroverzicht.nl. Een website waar de overheid alle trainingen, cursussen en opleidingen in Nederland op een rij heeft gezet. Inclusief meer informatie over de financiering van een studie die je wilt volgen.
- Robert neemt ons mee in de wereld van first party cookies. Vanaf november 2022 is het mogelijk voor gebruikers van Google AdSense en AdManager om first party cookies in te zetten om gerichte reclame te tonen aan bezoekers.
- Michiel heeft het over de invloed van GPT-3 (Generative Pre-trained Transformer 3) op het maken van podcasts. Het bedrijf Play.ht heeft software ontwikkeld op basis van deze AI engine waarmee het mogelijk is om tekst makkelijk om te zetten naar audio. En ze maken daarmee ook podcasts, volledig gegenereerd door AI.

Tweedehands meubels IKEA, datingapp Thursday, Virtual Reality in Eindhoven – De Nieuwscast Episode 3
In de derde aflevering van Digitale Slagkracht: De Nieuwscast hebben Anna, Michiel en Robert ieder weer een nieuwsitem meegenomen dat raakt aan techniek en marketing. In deze aflevering:
- Michiel neemt ons mee in een nieuwe campagne die IKEA heeft gelanceerd voor hun verkoop van 2e hands meubels. Is dit eigenlijk wel tech genoeg? Want Michiel heeft het vooral over de mooie muziek…
- Robert heeft het over de inzet van Virtual Reality in Eindhoven in de strijd tegen hangjeugd. Creëert dit middel meer verbinding tussen bewoners en hangjongeren? En hoe dan precies?
- Thursday is een nieuwe datingapp die alleen op donderdag werkt. Anna praat erover. Is dit onderscheidend genoeg ten opzichte van bestaande datingapps?

Het soundlogo van Wikipedia, Spotify Ticketing en Influencer tracking – De Nieuwscast Episode 2
In de tweede aflevering van onze Nieuwscast praten we je bij over de volgende topics:
- Wikipedia heeft een wedstrijd uitgeschreven voor hun nieuwe soundlogo. Wikipedia wil meer herkenbaarheid creëren en daar hoort volgens hen een soundlogo bij. Michiel vindt het een onzinnig idee en Anna weet het geluid van de Franse metro te herkennen in de kleine soundlogo quiz!
- Met Spotify Ticketing koop je rechtstreeks in Spotify kaartjes van optredens van je favoriete artiest. Onaangekondigd en ineens was deze feature daar. Waarom zou dit werken en laten we Ticketmaster nu massaal links liggen?
- Dries Depoorter weet influencers op te sporen via openbare webcams en camera’s. Als deze instagrammers een foto maken op een bekende spot dan zie je op die webcambeelden hoe ze dat deden. De boodschap? Dat we zonder het te beseffen heel eenvoudig te tracken zijn!

Nieuw: de Digitale Slagkracht podcast!
Sinds februari 2022 maken we bij Van Ons onze eigen Digitale Slagkracht podcast. De podcast is ontstaan vanuit de traditie dat we eens in de zoveel tijd kennisworkshops bij ons op kantoor organiseerden. We nodigden dan onze klanten uit, boekten een interessante spreker, en deden dan een deep-dive in een topic gerelateerd aan tech of online marketing.
Door COVID konden die workshops op kantoor niet meer doorgaan. Vandaar dat we sinds 2020 hetzelfde format introduceerden, maar dan online in de vorm van een webinar. De webinars waren interessant en populair, maar de kwaliteit van de audio en beeld was vaak matig. Met de opkomst van de podcasts ontstond zo het idee om onze eigen bureau-podcast te maken.
En daar is ‘ie dan, de Digitale Slagkracht podcast. Een podcast over tech en marketing topics. Soms in de vorm van een klantspecial (reeds drie van gemaakt), en sinds augustus van dit jaar ook als een kortere variant die meer inspeelt op het nieuws van vandaag (de zogenaamde ‘Nieuwscast’).
Hieronder de eerste aflevering van de nieuwscast. Michiel, Anna en ik bespreken alledrie een eigen actueel nieuwsfeit in de tech- en marketinghoek. We bespreken het nieuws en bepalen aan het einde van de uitzending hoeveel punten iedereen gescoord heeft. Na 8 afleveringen hebben we een klassementwinnaar die naar huis gaat met de groene koe!
Beluister de afleveringen in je favoriete podcast app, of kijk hier de eerste aflevering op YouTube.
In de eerste aflevering bespreken we:
- Instagram voegt Candid Challenges toe waarmee je oprechte en ongefilterde foto’s moet maken, zoals de app BeReal dat ook doet. Wat vinden we van dit ongegeneerde jatwerk en gaat dit een succes worden?
- In Engeland worden alle kerkhoven gedigitaliseerd. Alle kerken worden afgegaan met camera’s waarmee ieder graf in kaart wordt gebracht. Inclusief bijbehorende aktes. Hoe wordt daar geld mee verdiend? En wat heeft de “gewone” gebruiker hier nou aan?
- In samenwerking met Wholefoods kun je met via Amazon One met je handpalm betalen. Geen pasjes meer nodig om je boodschappen af te rekenen. Is dit de toekomst? Of een feature die een oplossing is zonder een probleem?

Marketing Myopia van Theodore Levitt
Veel marketeers kennen de term “Marketing Myopia”, genoemd in het gelijknamige artikel van een evenzo beroemde professor, Theodore Levitt. Marketing Myopia is waarschijnlijk zijn bekendste publicatie, maar het is niet het enige artikel dat Levitt schreef en waar we vandaag de dag nog steeds waardevolle lessen uit kunnen halen. In tegendeel zelfs, op Peter Drucker na is hij de auteur met de meeste artikelen op zijn naam in de Harvard Business Review.
Theodore Levitt is in 1925 geboren in Duitsland en vluchtte – net als Peter Drucker overigens – met zijn familie naar de US voor de opkomst van de nazi’s. Hij behaalde een doctoraat in economie en ging werken aan de Harvard Business School waar hij tot 1990 betrokken was. Door onder andere het verschijnen van het artikel “Marketing Myopia” in de Harvard Business Review in 1960, brak hij een lans door te stellen dat bedrijven zichzelf niet moeten definiëren door wat ze produceren maar door welke behoeften van klanten ze vervullen. In die dagen was dat echt een baanbrekende stelling. Hij zette zijn verhaal in de collegezalen vaak kracht bij met de volgende gevleugelde uitspraak:
People don’t want a quarter-inch drill. They want a quarter-inch hole!
De artikelen van Levitt deden vaak veel stof opwaaien. Niet in de laatste plaats omdat Levitt haarscherp kon provoceren en generaliseren waarmee hij in eerste instantie zijn lezers laat schrikken, maar ze tegelijkertijd ook aan het denken zet. De combinatie van een schrijfstijl die triggered maar die tegelijkertijd op de inhoud ook boeit maakt dat zijn artikelen zelfs vandaag de dag nog regelmatig worden aangehaald. In menig marketing- en managementboek komen termen als Marketing Myopia nog vaak voor. Tijd om dus eens wat aandacht te geven aan zijn beroemdste stuk, het ‘manifest’ Marketing Myopia.
Een korte samenvatting van Marketing Myopia (zoals verschenen in juli/augustus 1960)
Iedere markt was ooit een groeimarkt. Er zijn vandaag de dag markten die nu nog enthousiast doorgroeien, maar die aan de vooravond staan van hun krimp. En er zijn markten waarvan we denken dat ze groeien en dat altijd zullen blijven doen, terwijl ze eigenlijk gestopt zijn met groeien. Markten krimpen niet of remmen niet af in groei omdat ze verzadigd zijn. Markten groeien niet omdat ze verkeerd worden gemanaged.
De spoorwegen zijn niet gestopt met groeien omdat er geen vraag meer was naar personen- en goederenvervoer. Integendeel, die vraag groeide. De spoorwegen zijn niet in de problemen gekomen omdat er concurrenten kwamen (betaalbare auto’s, trucks, vliegtuigen) die in deze groeiende vraag konden voorzien … de spoorwegen zijn in de problemen gekomen omdat ze zelf niet in deze groeiende vraag hebben voorzien. Ze lieten het toe dat andere partijen klanten wegnamen omdat ze van zichzelf dachten in de spoorwegbusiness te zitten in plaats van in de transport-, vervoer- of luchtvaartbusiness. De reden dat ze hun eigen markt verkeerd definieerden is omdat ze een spoorwegoriëntatie hadden in plaats van een transportoriëntatie. Oftewel, ze waren productgeoriënteerd in plaats van klantgeoriënteerd.
Iedere markt stelt zichzelf gerust met de gedachte dat winsten in de toekomst vrij zeker zijn doordat het aantal mensen op aarde blijft groeien en iedereen steeds welvarender wordt. Het haalt het scherpe randje af van de vrees en onzekerheden die we kennen over de toekomst. Als er meer klanten komen die ook de mogelijkheid hebben om jouw producten te kopen, dan voelt dat toch comfortabeler dan wanneer jouw markt krimpt. Een groeiende markt weerhoudt fabrikanten ervan om hard of creatief na te denken over de toekomst. Als denken een intellectuele respons is op een probleem, dan leidt de afwezigheid van een probleem tot het uitblijven van nadenken. Als jouw product een markt bedient die ‘vanzelf’ groeit, dan denk je niet veel na over hoe je jouw markt kunt vergroten…
De winstvooruitzichten die iedereen zichzelf stelt als gevolg van massaproductie hebben uiteraard een belangrijke plek in de strategieën van organisaties. Maar, belangrijker is dat er eerst wordt nagedacht over de klant en daarna over de winst die te behalen is met massaproductie. Dit is een van de belangrijkste lessen die we kunnen leren van het tegenstrijdige gedrag van Henry Ford. Op een bepaalde manier was Ford een van de meest briljante en tegelijkertijd en van de meest tactloze marketeers die we gekend hebben. Tactloos, omdat hij zijn klanten uitsluitend zwarte auto’s wilde verkopen. Briljant omdat hij een productielijn heeft opgezet die perfect voldeed aan de wensen van de markt. Uit gewoonte lauweren we Ford om de verkeerde reden: zijn genialiteit als het gaat om produceren. Maar zijn ware genialiteit was marketing. We denken vaak dat Ford de lage prijs van $500 voor zijn auto’s kon vragen (en er daardoor miljoenen van kon verkopen) als gevolg van het feit dat hij zo’n efficiënte productielijn had bedacht. Het ligt echter anders. Hij had eerst bedacht dat wanneer hij voor een auto $500 kon vragen, hij er miljoenen van zou kunnen verkopen. En het enige wat daar voor nodig was, was een efficiënte productielijn. Massaproductie was het gevolg, niet de oorzaak van zijn lage prijsstelling.
Laten we bij het begin beginnen: de klant. Het is evident dat automobilisten een hekel hebben aan de last, de ervaring en het kopen van benzine. Mensen kopen eigenlijk ook geen benzine. Ze kunnen het niet zien, niet proeven, niet vastpakken, niet ervaren of uitproberen. Ze kunnen het dus ook niet goed op waarde schatten. Wat ze wél kopen is het recht en de mogelijkheid om verder te rijden met hun auto’s. Het benzinestation is als een belastinginspecteur aan wie we verplicht zijn een periodieke tol te betalen zodat we verder kunnen rijden met onze auto’s. In de basis maakt dit een benzinestation tot een onpopulair instituut. Het kan nooit populairder of aangenamer gemaakt worden, eerder minder onpopulair of minder onaangenaam.
Het verminderen van zijn onpopulariteit betekent feitelijk dat we het benzinestation moeten elimineren. Niemand houdt van een belastinginspecteur, zelfs niet als die vrolijk of aardig is. Niemand vindt het fijn om zijn rit te onderbreken om een ontastbaar product te kopen, zelfs niet van een knappe Adonis of verleidelijke Venus. Dus, bedrijven die bezig zijn met het ontwikkelen van exotische brandstoffen, die de noodzaak voor regelmatig bijtanken elimineren, lopen recht in de open armen van iedere automobilist.
Om ervoor te zorgen dat klanten jou met open armen ontvangen, moet het hele bedrijf gezien worden als een organisme dat tevreden klanten creëert. Het management moet zichzelf niet zien als een club mensen die iets produceert, maar die waarde levert van waaruit klanten tevreden klanten gecreëerd worden. Dit idee moet gaan leven en moet worden doorgevoerd tot in iedere vezel in het bedrijf. Dit is een continue inspanning die met enige flair gebracht moet worden om de mensen die in het bedrijf werken te blijven motiveren om zo te denken. Anders wordt het bedrijf een gatenkaas zonder gezamenlijk gevoel, richting of purpose.
Wat te doen tegen Marketing Myopia?
De ‘bijziendheid’ (letterlijke vertaling van myopia) die Levitt beschrijft in zijn artikel is dus het gebrek aan inzicht van wat bedrijven eigenlijk echt doen voor hun klanten. Er wordt zoveel tijd, energie en geld besteed aan wat bedrijven nu doen, dat ze vaak vergeten om aan de toekomst te denken. Bedrijven denken dat ze in een groeimarkt zitten, terwijl die volgens Levitt helemaal niet bestaan. Er bestaan alleen bedrijven die kansen voor groei op tijd zien en die ook weten te verzilveren. Het voorbeeld van de spoorlijnen toont die bijziendheid goed aan.
Gelukkig is er wel een oplossing tegen deze bijziendheid. Volgens Levitt moeten bedrijven zichzelf continu de vraag stellen: in welke business zitten wij eigenlijk? Vraag jezelf regelmatig af: wat doen wij eigenlijk voor onze klanten? Succesvolle bedrijven focussen zich op de behoeften van klanten, niet op hun eigen producten en diensten. Want die producten en diensten worden toch wel vervangen door concurrerende alternatieven, of je die nu zelf aanbiedt of dat een concurrent dat doet.
Ask yourself: What business are we really in?
Waarom is Marketing Myopia vandaag de dag nog steeds relevant?
Hoewel de term Marketing Myopia dus al in 1960 is geïntroduceerd, kom je het nog geregeld tegen in managementboeken en andere vakliteratuur. En dat terwijl het stuk natuurlijk best gedateerd is. We zijn bijvoorbeeld allang niet meer zo productgeörienteerd als 60 jaar geleden. Maar toch komt de term vaak terug in management- en marketingboeken en kom je het geregeld tegen in andere vakliteratuur.
Voor een deel komt dat omdat Marketing Myopia geschreven is als een manifest en niet zozeer als een onderzoeksartikel. Het stuk is vooral geschreven met de intentie om mensen aan het denken te zetten. En dat lukt het artikel kennelijk nog steeds.
De belangrijkste reden is echter dat bedrijven vandaag de dag nog steeds lijden aan de marketing bijziendheid. Het beroemdste voorbeeld is natuurlijk Kodak, die volledig de slag om de digitale camera heeft gemist. Andere bekenden zijn Nokia, die op het verkeerde spoor zaten in de transformatie naar de smartphone. Een recenter voorbeeld – en uit eigen land – is Blende, die zich teveel toelegde op de techniek en de gebruiker wel eens uit het oog verloor. Of denk aan Marqt, die de vraag vanuit de markt te hoog heeft ingeschat en daardoor te snel is gegroeid en dat financieel niet meer aankan, En ook sectoren als uitgeverijen hebben lang geleden aan bijziendheid. De klant wil niet elke ochtend een krant op de deurmat. De klant wil geïnformeerd worden, gestimuleerd worden en vermaakt worden.
Maar, er zijn natuurlijk ook vele organisaties die de woorden van Levitt ter harte hebben genomen. Zo nam Nestlé onlangs een biotechbedrijf over die een behandeling ontwikkelen tegen pinda-allergie. Nestlé realiseert zich dat ze uiteraard de makers zijn van allerlei koffies, ijsjes en andere lekkernijen, maar dat klanten vaak ook problemen kunnen hebben met datzelfde voedsel. Klanten worden ook steeds kritischer op wat ze eten. De overname van zo’n biotechbedrijf past helemaal in het plaatje dat Nestlé verder kijkt dan dat wat ze nu verkopen en dat hun markt breder is dan enkel koffie en ijs.
En wat dacht u van voormalig tuincentrum Overvecht, nabij Utrecht? Vroeger al een legendarisch tuincentrum met beroemde kerstshows die meer dan 20.000 bezoekers trokken. Het tuincentrum is weer in handen gekomen van de oprichtersfamilie, die het tuincentrum hebben hernoemd en plannen maken voor horeca, slaapgelegenheden en een plek waar mensen workshops kunnen volgen. En tot slot IKEA. Die weet al sinds jaar en dag dat ze meer zijn dan een meubelwarenhuis, maar een serieus dagje uit zijn voor hun klanten.
Het punt is: wanneer je als bedrijf jezelf de vraag stelt in welke business je eigenlijk echt zit, je tot nieuwe inzichten en ideeën komt en op die manier nieuwe waardeproposities kunt ontwikkelen die ervoor zorgen dat je klanten aantrekt en groeit. Doe je dat niet, dan loop je het risico dat je groei stagneert of zelfs terugloopt.
De grenzen van Marketing Myopia
Marketing Myopia is een fenomeen that’s here to stay. We zien nog steeds bedrijven die blind zijn voor hun bijziendheid en anderen die zich daar bewust van zijn en zichzelf blijven aanpassen aan de veranderende omstandigheden waar ze in verkeren. Toch zijn er grenzen aan de focus die bedrijven moeten leggen op hun klanten.
In de loop van de tijd hebben bedrijven en organisaties steeds meer stakeholders gekregen. Door veranderingen in de maatschappij, nieuwere manieren van werken en hernieuwde inzichten over bijvoorbeeld het klimaat, moeten bedrijven rekening houden met meer partijen in hun bedrijfsvoering dan enkel de klant. Bedrijven zouden anderen teveel tekort doen door enkel de klant centraal te stellen. Medewerkers, leveranciers, media, community leden en zelfs concurrenten zijn partijen waar je niet altijd aan voorbij kunt gaan.
Maar, belangrijker, de klant té centraal stellen is ook bedrijfsmatig niet altijd verstandig. Levitt legt heel veel vertrouwen in de klant maar zegt tegelijkertijd ook iets anders.
“Consumers are unpredictable, varied, fickle, stupid, shortsighted, stubborn, and generally bothersome.”
En dit geluid horen we ook vandaag de dag vaak uit andere bronnen. In hun boek Uncommon Service waarschuwen de auteurs Frances Frei en Anne Morriss voor teveel customization van diensten waardoor schaalbaarheid en groei van het bedrijf in het geding komt.
Zoals ook al eerder op dit blog voorbij gekomen, is customization van producten en diensten dé sleutel tot groei. Door maatwerk te leveren verbeter je jouw value proposition, worden klanten blijer, zijn ze bereid om meer te betalen, trek je er meer klanten door aan, en dus groei je. Maar klanten kunnen, zoals Levitt ook zegt, lastig zijn, te veeleisend zijn of iets willen tegen beter weten in. En als je die klanten maatwerk moet leveren loop je vaak tegen enorme operationele uitdagingen aan omdat het teveel tijd, moeite en resources kost om deze klanten goed te bedienen. Daarom moet je volgens Frei en Morriss dus altijd in de gaten houden of het leveren van maatwerk voor bepaalde klanten nog wel loont. Wanneer je maatwerk levert aan een hele kleine groep klanten, waardoor het eigenlijk niet rendeert, dan is het verstandiger om het maatwerk daar niet aan te bieden maar juist voor standaardoplossingen te gaan. Die paar klanten die daardoor niet tevreden zijn en misschien bij je weglopen hebben een minder negatieve impact dan het stug door blijven leveren van customized producten en diensten die alleen maar geld kosten.
Marketing Myopia blijft ons herinneren aan de risico’s die organisaties lopen wanneer ze niet genoeg oog hebben voor de behoeften van klanten. Levitt geloofde erin dat managers niet de toekomst kunnen voorspellen, en dat ze dat ook niet moeten proberen. Door je te blijven concentreren op de behoefte van de klant en niet op de producten die je verkoopt – door altijd na te blijven denken over de business waar je écht in zit – ben je goed voorbereid voor wat de toekomst je ook gaat brengen.
Bronnen:
- “What Business Are You In? Classic Advice from Theodore Levitt” – Harvard Business Review, october 2006.
- “A Refresher on Marketing Myopia”, Amy Gallo – Harvard Business Review august 2016.

Van Pine en Gilmore’s Experience Economy naar de Transformation Economy
Producten en diensten zijn in The Experience Economy van Pine en Gilmore niet meer genoeg om je als merk te onderscheiden. Net als producten lijken diensten steeds meer op elkaar omdat er te weinig aandacht is voor wat de klant écht wil en nodig heeft. Experiences gaan die standaardisatie van producten en diensten tegen. Ervaringen zijn verrijkte diensten, vaak op maat gemaakt door customization. Ze geven meer plezier, meer kennis, meer schoonheid, meer voldoening en uiteindelijk meer waarde voor de klant. Producten koop je, diensten neem je af, ervaringen onthou je. Je onderscheidt je meer dan concurrenten en verdient er mee mee.
Maar, de klant van vandaag de dag heeft soms meer wensen. Ze willen niet alleen een betere dienst of een ervaring op maat, ze willen veranderen. We gaan massaal op yoga, naar de sportschool, naar coaches en volgen allerlei opleidingen naast ons werk. Soms willen we onszelf als mens veranderen, transformeren.
Net als producten en diensten, kunnen ook experiences een commodity worden. Als ieder bedrijf een ervaring neerzet, dan wordt het steeds lastiger om je te onderscheiden. Het is ook moeilijk om vernieuwend te blijven. Wanneer een ervaring eenmaal is beleefd, gaat de verrassing er ook steeds meer af en wordt de klantwaarde ook geleidelijk minder. Hoe voorkom je dat?
Maatwerk experiences creëeren een transformatie
Zoals je van diensten een positieve klantbeleving of ervaring maakt – door maatwerk te leveren en de THEME principes toe te passen – zo maak je van een ervaring een transformatie door ook die meer te customizen. Wanneer je een ervaring zodanig op maat maakt voor een klant, dan lever je volgens Pine en Gilmore bijna per definitie een transformatie voor je klant. Op die manier representeren transformaties een unieke economische waarde en zijn ze de laatste fase in het Progression of Economic Value model.

Door een reeks aan ervaringen te maken voor je klanten, bereik je zeer waarschijnlijk een blijvend effect bij jouw klanten dan wanneer je een enkele ervaring aanbiedt. Verschillende, maar verbindende experiences stellen je klant in staat om zich te transformeren.
De voorbeelden in het boek van bedrijven die hun klanten transformeren zijn veelal hypothetisch en bedoeld ter inspiratie. Een paar ideeën om duidelijker te maken in welke richting je moet denken als het gaat over het aanbieden van transformaties:
- Sportscholen die niet alleen sportfaciliteiten ter beschikking stellen zodat je kunt afvallen, maar die je ook helpen te veranderen om een gezonder mens te worden. Bijvoorbeeld door advies en diensten over voeding, kleding en uiterlijke verzorging.
- Autofabrikanten die hun klanten helpen om een betere chauffeur te worden. Door nieuwe technologieën in de auto’s te gebruiken (driving assistants, gesproken hulp tijdens het rijden) leren ze klanten hoe ze veiliger op de weg kunnen rijden.
- Verzekeraars die je niet alleen verzekeren bij ziekte, maar die je ook helpen om ziektes te voorkomen en gezond te blijven. Bijvoorbeeld door e-learning platforms.
- Boekwinkels en koffiebars die speciale ruimtes inrichten die geoptimaliseerd zijn om boeken te lezen zodat je het maximale uit het boek haalt en daarmee jezelf intellectueel transformeert.
- Consultancy firms die niet enkel adviesrapporten schrijven maar die garant staan voor het werk wat ze doen. Bijvoorbeeld door beloond te worden op het aantal conversies of een percentage van de hoeveelheid extra omzet die is gegenereerd. Zo ben je niet een adviesbureau maar een échte volwaardige partner.
Zijn transformaties niet gewoon een subset van diensten zoals we die al kennen?
De schrijvers argumenteren van niet. Er zit een te groot verschil tussen het eten van een burger bij de McDonalds of je aanmelden voor een sportschool om gezonder te leven. Er zit een te groot verschil tussen een consultancy firm dat adviesrapporten schrijft of waarmee je samen onderneemt. Er zit een te groot verschil tussen het laten reinigen van een pak bij de stomerij en het laten ‘reinigen van je ziel’ tijdens een retreat in de bergen.
Waar producten tastbaar zijn, diensten ontastbaar en experiences memorabel, zo zijn transformaties impactvol. Alle andere economische eenheden in het Progression of Economic Value model hebben geen blijvende impact nadat ze geconsumeerd zijn. Transformaties hebben dat wel. Zelfs de herinneringen van een experience vervagen over tijd. Kopers van transformaties zijn echter op zoek naar guidance, een gids met een doel, en transformaties moeten dat doel mogelijk maken. Kopers of consumenten worden aspiranten, ze willen graag iemand anders worden of iets anders zijn. Zonder een verandering in houding, prestaties of eigenschappen vindt er geen transformatie plaats. Een transformatie verandert ‘het zijn’ van een persoon.
Waar commodities in bulk worden opgeslagen, waar van goederen voorraad wordt aangehouden, waar diensten on-demand geleverd worden en waar ervaringen of belevenissen zichzelf prijsgeven gedurende een bepaalde tijd, zo moeten transformaties volharden gedurende een bepaalde tijd. Als dat niet gebeurt, houdt de transformatie geen stand. Als de veranderingen in een persoon of bedrijf niet blijvend zijn, dan is er niet echt sprake van een transformatie maar eerder een kleine verandering in dezelfde reis van de klant.
Tot slot, daar waar commodities natuurlijk zijn, producten gestandaardiseerd, diensten gecustomized en ervaringen gepersonaliseerd, zijn transformaties individueel. Geen klant kan dezelfde transformatie hebben omdat die alleen bestaat bij wat een individueel persoon wil veranderen. Experiences zijn gebeurtenissen waarbij een individu een herinnering creëert, terwijl een transformatie een individu verandert. Het effect van een transformatie hangt af van ervaring of mindset. Je kunt dus ook niet twee keer dezelfde transformatie ondergaan. Bij elke transformatie ben je anders dan daarvoor.
Economic offering Commodities Goods Services Experiences Transformations Economy Agrarian Industrial Service Experience Transformation Economic function Extract Make Deliver Stage Guide Nature of value Fungible Tangible Intangible Memorable Effectual Key attribute Natural Standardized Customized Personal Individual Method of supply Stored in bulk Inventoried after production Delivered on demand Revealed over a duration Sustained through time Seller Trader Manufacturer Provider Stager Elicitor Buyer Market Customer Client Guest Aspirant Factors of demand Characteristics Features Benefits Sensations Traits En zo verandert The Experience Economy in The Transformation Economy. Of zoals Pine en Gilmore het zeggen:
Once the Experience Economy has run its course in the decades to come, the Transformation Economy will take over. Then the basis of success will be in understanding the aspirations of individual consumers and businesses and guiding them to fully realize those aspirations.
Hoe ontwerp je een transformatie en hoe bied je die jouw klanten aan?
In de experience economy zien we dat bedrijven hun producten ingen (“they -ing the thing”). Daarbij ontstaan ervaringen terwijl jouw klanten jouw producten en diensten gebruiken (using). In de Transformation Economy moeten bedrijven hun aanbod transformationaliseren. Ze maken dusdanige aanpassingen in het ontwerp, aanbod en product zodat klanten veranderen. De focus verschuift van using naar user: hoe verandert het individu terwijl de dienst wordt afgenomen of het product wordt gebruikt?
Hieronder kort een aantal voorbeelden:
- Uitgevers en schrijvers van zelfhulpboeken verkopen nu vaak een product (een boek). Om er een transformatie van te maken zouden ze regelmatig bij hun lezers moeten inchecken om de voortgang te evalueren!
- Hallmark heeft een B2B service waarbij werknemers van organisaties kaartjes ontvangen om het moraal te boosten of om loyaliteit op te bouwen. In overleg met de opdrachtgever wordt bepaald welke kaarten op welk moment verstuurd moeten worden en met welke teksten. Het doel: verbeteren van employee attitudes. Zo verschuift van Hallmark zijn aanbod van producten (kaartjes) en diensten (regelen dat ze verstuurd worden) naar transformaties in bedrijven.
- GlaxoSmithKline heeft naast het verkopen van stoppen-met-roken producten – een transformatie in het leven geroepen waarbij ze klanten actief begeleiden met het stoppen met roken. Klanten krijgen een intake met een coach en worden elke week begeleid per telefoon of mail. Ondertussen krijgen ze individueel advies over welke producten het meest passen bij hun huidige situatie.
- Nike en Philips bieden naast hun smartwatches voor een gezonder leven ook coaching platforms aan waar klanten trajecten kunnen volgen om gezonder en sportiever te gaan leven.
Van insure, naar assure, naar ensure
Een transformatie heeft vaak een heel duidelijk doel voor ogen, namelijk het veranderen van mensen. Dat kan zijn gezonder, veiliger, beter, prettiger leven (voor consumenten) of beter, effectiever, winstgevender, betekenisvoller ondernemen (voor bedrijven). Aanbieders van transformaties moeten veel meer rekening houden met de doelen van hun klanten en daar ook in de propositie rekening mee houden. Het gaat er niet meer om dat je naar tevredenheid een dienst verkoopt, het gaat erom dat jij de klant in staat stelt een bepaald doel te behalen. Je wordt mede-verantwoordelijk voor het behalen van die doelen en je moet alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat jouw klanten die doelen halen.
Een mooi voorbeeld dat Pine en Gilmore in hun boek aanhalen is dat van verzekeraars. De dienst van een verzekeraar is verzekeren. De klant betaalt maandelijks een premie en bij schade krijgt de klant die schade vergoed (insure). Hoe kan een verzekeraar van zijn dienst een ervaring maken? Progressive Insurance heeft in bepaalde Amerikaanse steden eigen voertuigen rondrijden (Immediate Response Vehicles) die gelijk ter plekke komen wanneer je schade hebt. Wanneer je belt als je schade hebt komen ze langs en helpen ze je met het invullen van de schade. Tegelijk zetten een bak koffie voor je en kun je in de bus plaatsnemen om even bij te komen. Als de schade aan je auto te groot is om zelf verder te rijden, dan bellen ze een takelwagen om je weg te slepen. In 90% van de gevallen kan alles on-the-spot geregeld worden en is er geen actie van de klant meer vereist. Progressive Insurance verzekert hun klanten ervan dat hun schade goed is opgenomen en zorgt er met hun Immediate Response Vehicles ook voor dat je je ondanks alles toch een beetje beter voelt over de situatie (assure).
In de Transformatie Economie is assurance niet voldoende. Bedrijven zullen er voor moeten zorgen dat klanten hun doelen ook echt behalen en moeten garant staan voor het bereiken van een bepaalde situatie of uitkomst (ensure). Achmea (zorgverzekeringen) besloot in 2006 om zich te transformeren naar een zorgorganisatie. Een verzekeraar die niet alleen zorgverzekeringen levert, maar die je helpt met het transformeren naar een gezonder leven. Achmea opende eigen gezondheidscentra en hielp klanten met gezonder leven, dieetadvies, betere lichaamshouding en het voorkomen van klachten. Er kwam een online portaal waar klanten terecht kunnen voor medische informatie, assistentie bij diagnoses stellen en zelfs consults met psychologen. Daaromheen zit een grote laag content met onder andere magazines, nieuwsbrieven en zijn er wellness programma’s, opleidingen en consults met eigen artsen van Achmea mogelijk. Allemaal om een verschuiving mogelijk te maken van een verzekeraar die polissen verkoopt naar een organisatie met een infrastructuur die het mogelijk maakt dat de klant gezonder en beter kan leven.
De vraag die je jezelf moet stellen, is wat de equivalenten zijn van insure, assure, ensure van jouw bedrijf, sector en industrie. Het is waarschijnlijk lastig om dit direct onder woorden te brengen (je moet wellicht nieuwe woorden ervoor uitvinden) maar door creatief na te denken over nieuwe waardeproposities die klanten kunnen transformeren verzeker je jezelf ervan dat je volledig meelift op de verschuiving van de Experience Economy naar de Transformation Economy.
Drie fases waar je doorheen gaat als je een transformatie ontwerpt
Pine en Gilmore beschrijven drie fases die organisaties moeten faciliteren voor hun klanten om ze succesvol door een transformatie te gidsen.

Phases of guiding transformations – The Experience Economy, Pine & Gilmore Diagnose Aspirations
De eerste fase is het succesvol vaststellen van de aspiraties die een klant heeft en hoever de klant nu afstaat van het behalen van die aspiraties. Zoals we dat wel vaker zien met reguliere behoeften, weten klanten soms niet goed wat hun aspiraties eigenlijk zijn of hebben ze moeite om die te articuleren. Soms heeft een klant ook verkeerder aspiraties of wil iemand iets worden wat volstrekt onverantwoord is.
Bedrijven die transformaties aanbieden moeten goed begrijpen wat de aspiraties van de klant zijn, waar in het proces de klant nu staat en wat er nodig is om zijn doelen te bereiken. Het bedrijf moet daarin ook eerlijk zijn en duidelijkheid scheppen. Dat betekent dat je samen met de klant een goede formulering van de aspiraties op papier moet krijgen en ook dat je moet aangeven wat wel of niet mogelijk is en wat onverantwoord of onverstandig is. Sportscholen doen vaak een intake waarbij ze kijken naar leeftijd, lengte, gewicht, spiermassa en vetpercentage om vervolgens te bepalen wat een wenselijk doel is om naartoe te werken. Daarbij houden ze – als het goed is – rekening met medische zaken om een veilige transformatie aan te kunnen bieden. Fysiek, maar ook mentaal en emotioneel.
Staging Transforming Experience(s)
De volgende stap is het bedenken en opzetten van ervaringen die klanten in staat stellen of te transformeren. Psychologen, coaches, maar ook scholen, sportscholen en ziekenhuizen leveren meerdere ervaringen om iemand te transformeren. Van ongezond naar gezond, van ziek naar beter, van beginner tot expert, van ervaren tot onervaren.
Als uitgangspunt kun je weer de vier sferen van belevenissen (realms of experiences) nemen. Entertaining experiences kunnen onze kijk op de wereld veranderen, Educational experiences laten ons nadenken over hoe we in die wereld passen. Escapist experiences kunnen onze persoonlijke eigenschappen en mogelijkheden veranderen en Esthetic experiences geven ons een nieuwe dimensie aan verwondering voor dingen, de schoonheid ergens van inzien en dingen meer appreciëren. De ervaringen met de meeste impact zijn de experiences die iets van alle vier de elementen in zich hebben.
Following through
De laatste fase is de moeilijkste fase. Je weet wat jouw klanten nastreven, aspireren en willen bereiken. Je hebt een set aan ervaringen ontworpen en geïmplementeerd die jouw klanten kunnen veranderen. Als het goed is stel je mensen in staat zichzelf opnieuw uit te vinden of ergens te verbeteren. Maar hoe zorg je ervoor dat dat zo blijft? Een transformatie is namelijk geen echte transformatie als die niet blijvend is.
Een golfer moet blijven doorzetten en blijven oefenen om zijn swing beter en beter te maken. De AA begrijpt best dat je na therapie een keer een glas neemt, maar dat mag niet structureel worden. Een relatietherapeut kan geliefden weer met elkaar laten praten of op dezelfde frequentie krijgen, maar een relatie opnieuw opbouwen vergt hard werk en veel inspanning van beide kanten. Management consultants die alleen maar adviesrapporten schrijven maar niet helpen met de implementatie zorgen voor onvoldoende following through. Trainers die mensen opleiden maar niet verankeren dat hun studenten de kennis ook in de praktijk kunnen toepassen zorgen voor onvoldoende following through. Een dokter die een medisch probleem voor je oplost, maar totaal voorbij gaat aan de emotionele impact van een ziekte op jouw leven zorgt voor onvoldoende following through.
Pine en Gilmore benadrukken dat opvolging en verankering van de transformatie de moeilijkste fase is. Een direct antwoord op hoe je dat moet bewerkstelligen is er niet. Dat maakt het ontwerpen van een succesvolle transformatie ook zo lastig. Ze geven wel een algemene tip. Een succesvolle transformatie kan alleen ontstaan als je oprecht geeft om je klant. Dat je oprecht interesse hebt, oprecht met ze meedenkt en oprecht het beste met ze voort hebt. Dan ontstaan vaak vanzelf de juiste acties om veranderingen bij jouw klanten vast te houden.
Charging
Hoe verdien je geld met een transformatie? Eigenlijk heel eenvoudig. Als je in de transformatie business zit, dan factureer je klanten op basis van de uitkomsten die je met ze hebt bereikt, niet op basis van de set aan activiteiten die je hebt aangeboden.
Als sportscholen bijvoorbeeld écht als transformers zouden opereren, dan zouden ze je niet maandelijks laten betalen voor toegang tot een sportschool. Uiteraard zit daar wel de crux van hun huidige model: veel mensen betalen maandelijks, maar komen nooit. Toch claimen de auteurs dat een andere opzet minstens even lucratief, zo niet lucratiever is. Zij zeggen dat klanten die niet komen uiteindelijk ook niet lang klant blijven. Met als gevolg dat er nieuwe klanten aangetrokken moeten worden, wat weer hoge acquisitiekosten met zich meebrengt. Daarnaast benutten sportscholen niet ten volle de aspiraties van hun leden. Ze stimuleren leden te weinig om vaak te komen en om alles uit het dienstenaanbod van de sportschool te gebruiken.
Gelukkig zien de auteurs ook een andere trend. Namelijk van management consultants die hun diensten gratis leveren in ruil voor bijvoorbeeld aandelen in een bedrijf. Zo verankeren ze zichzelf in de organisatie en zetten ze zelf alles op alles om tot een juiste executie van hun adviesrapporten te komen. Skin in the game.
Je bent datgene wat je in rekening brengt. Dus:
- Als je voor dingen een rekening stuurt, zit je in de commodities business
- Als je voor goederen een rekening stuurt, zit je in de goods business
- Als je voor jouw activiteiten een rekening stuurt, zit je in de services business
- Als je voor de tijd dat klanten met jouw doorbrengen een rekening stuurt, dan zit je in de experiences business
- Als je voor de gedemonstreerde uitkomsten rekent, dan zit je in de transformation business.
Tot slot over The Experience Economy van Pine en Gilmore
The Experience Economy is een veelbesproken onderwerp dat sinds de verschijning van het boek ook veel meer de aandacht heeft gekregen van marketeers. Begrippen als ‘klantbeleving’ en ‘klantervaring’ zijn de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden en staan op de radar van veel bedrijven. Hoewel je veel kunt discussiëren over de definitie van een experience, over hoe dun de lijn misschien is tussen een dienst leveren en een klant transformeren en over hoe ingewikkeld het is om dit in de praktijk toe te passen, het boek geeft een heel compleet en duidelijk beeld van welke mindset je moet hebben om ervaringen voor klanten te bedenken en op te zetten. Met de voorbeelden en theoretische kaders die geschetst worden in het boek is het daarmee een waardevol vertrekpunt wanneer je aan de slag gaat met het ontwerpen van ervaringen en belevenissen voor jouw klant.









