Tag: Consumentengedrag

  • Waarom fysieke producten meer waarde hebben dan digitale

    Waarom fysieke producten meer waarde hebben dan digitale

    Digitale producten kennen vele voordelen boven fysieke producten. Ze zijn makkelijk te vervoeren, eenvoudig op te bergen en minder makkelijk te stelen. Ze verouderen ook minder snel en raken ook niet beschadigd vergeleken met fysieke producten. Toch vinden consumenten fysieke producten waardevoller dan digitale. Hoe komt dat?

    Weinig tijd? In 30 seconden op de hoogte met onderstaande alinea!

    Het idee in het kort: fysieke producten kunnen we aanraken, voelen en ruiken. We voelen ons daardoor meer eigenaar van fysieke producten dan van digitale. Omdat we bij fysieke producten een groter gevoel van “ownership” hebben, kennen we ook meer waarde toe aan fysieke producten dan aan digitale. Voor aanbieders van digitale producten zijn er wel manieren om de gepercipieerde waarde van hun producten te vergroten. Door consumenten meer controle te geven over het digitale product krijgen ze een groter gevoel van ownership en hechten ze er dus meer waarde aan. Digitale producten kunnen ook een fysieke look en feel meekrijgen waardoor consumenten de suggestie krijgen van een fysiek product.

    Psychologisch Eigenaarschap (psychological ownership)

    De voornaamste reden dat we meer waarde toekennen aan fysieke producten dan aan digitale is omdat we ons meer eigenaar voelen (psychological ownership of psychologisch eigenaarschap in het Nederlands) van fysieke producten. Dat blijkt uit een studie van Ozgun Atasoy en Carey Morewedge die verscheen in de Journal of Consumer Research. Digitale producten kunnen niet voorzien in een gevoel van eigenaarschap omdat we ze niet kunnen aanraken, ruiken en voelen. Precies de eigenschappen die een product digitaal maken zorgen er dus voor dat we minder het gevoel van eigenaarschap ervaren waardoor de gepercipieerde waarde ervan afneemt.

    Meer betalen voor een fysieke foto dan digitale foto

    In een experiment uit het onderzoek werd gekeken hoeveel geld toeristen bereid waren te betalen voor een foto die van ze genomen werd bij een toeristische attractie. De ene groep toeristen kreeg een fysieke (polaroid) foto van zichzelf aangeboden, de andere groep een digitale. De toeristen mochten zelf bepalen hoeveel ze voor de foto zouden betalen (pay what you want). Voor de fysieke foto werd gemiddeld $1,57 betaald, voor de digitale $1,02.

    Hetzelfde effect werd gevonden in een tweede experiment bij boeken en films. Voor boeken en films in fysieke vorm was de willingness-to-pay (WTP) hoger dan in digitale vorm. In dit experiment werd respondenten ook gevraagd in hoeverre ze zich eigenaar voelden van deze producten. Voor zowel het boek als de film, voelden respondenten zich meer psychologisch eigenaar van de fysieke vorm dan van de digitale vorm. De mate waarin respondenten zich eigenaar voelden beïnvloedde ook de WTP: de fysieke vorm van een product leidt tot een groter gevoel van eigenaarschap, wat weer resulteert in een hogere WTP.

    Huren versus kopen en de relatie met je eigen identiteit

    Verandert de willingness to pay voor een fysiek of digitaal product als je onderscheid maakt tussen het product huren of kopen? Als je een product koopt, wordt het echt van jou en voel je je dus ook echt eigenaar van het product. Bij het huren van een product word je nooit eigenaar. Doet dit iets met het bedrag dat je bereid bent te betalen voor een fysiek of digitaal product?

    Jazeker. In een derde experiment werd studenten gevraagd hoeveel ze bereid waren te betalen voor een fysieke of digitale versie van een studieboek. In de ene groep studenten ging het om het kopen van het studieboek, bij de andere groep ging het om het huren van het studieboek. In de groep waar studenten het boek daadwerkelijk kochten (en dus echt eigenaar werden), lag de WTP voor het fysieke studieboek hoger dan de WTP voor het digitale studieboek. De WTP voor het fysieke en digitale studieboek was gelijk voor de groep waar studenten het studieboek enkel huurden (en dus niet echt eigenaar werden). Kortom, écht eigenaar worden van een fysiek product betekent dat je ook bereid bent er meer voor te betalen.

    Ook de mate waarin je je identificeert met het product bepaalt de koopintentie voor een digitale of fysieke versie van het product. Star Wars fans hadden in een vierde experiment een voorkeur voor het kopen van een fysieke Star Wars DVD versus een digitale versie. Voor respondenten die geen Star Wars fan waren lag de koopintentie voor de fysieke DVD en de digitale versie van de film op hetzelfde niveau. De relatie van het product met je eigen voorkeuren en identiteit bepaalt dus ook hoe graag je de fysieke variant van het product wilt hebben.

    Een gevoel van controle

    Hoe meer controle je hebt over een product, hoe meer je je eigenaar voelt van dat product. Het laatste en vijfde experiment uit de studie toont aan dat consumenten met een grote need for control (NFC) meer psychologische eigenaarschap ervaren van een fysiek product en er dus meer voor willen betalen (willingness to pay) dan een digitaal product. De onderzoekers stellen dat dit resultaat laat zien dat fysieke producten de consument een groter gevoel van controle geven waardoor ze als waardevoller worden gezien dan digitale alternatieven.

    Hoe vergroot ik de waarde van mijn digitale producten?

    Steeds meer bieden bedrijven producten en diensten aan met een 100% digitaal karakter. Hoe kun je dergelijke producten blijven aanbieden zonder dat de consument gevoelsmatig teveel waarde inlevert tegenover het fysieke alternatief?

    Biedt de mogelijkheid tot customizen

    Zoals we zagen is het gevoel van controle een belangrijke factor in de waarde die een consument toekent aan een fysiek product. Controle kun je ook aanbieden bij digitale producten. Door de klant bijvoorbeeld de mogelijkheid te geven om het product te customizen naar eigen wensen. Zo geef je een stuk meer controle aan de klant over een digitaal product waardoor de waarde ervan toeneemt.

    Lever iets fysieks bij een digitaal product

    Hoe klein ook, een fysieke toevoeging aan een digitaal product maakt het toch iets “minder electronisch”. Spotify kan bijvoorbeeld een muziekmagazine nasturen aan abonnees. Een softwareleverancier kan een sleutelhanger cadeau doen aan klanten. Het is klein en misschien niet van al te grote betekenis, maar het feit dat je een online product ook kunt vasthouden maakt het een stuk fysieker. En dat werkt weer positief uit op de ervaren waarde.

    Geef digitale producten een fysiek uiterlijk

    Minder effectief denk ik, maar ook de moeite waard: geef online producten een offline jasje. Een e-book dat je uitgeeft kun je weergeven als zijnde een echt boek (let op, blijf wel duidelijk communiceren dat het om een e-book gaat!). Zo wordt het gevoel dat het een “echt” product is iets groter en “zien” consumenten het fysieke aspect van jouw digitale product. Door dit fysieke aspect te benadrukken vergroot je de waarde van het digitale product.

    Bron (manuscript): Digital goods are valued less than physical goods – Ozgun Atasoy, Carey K Morewedge – Journal of Consumer Research, 2017.

     

  • Als het sneeuwt met Pinksteren krijg je al je meubels gratis bij IKEA

    Als het sneeuwt met Pinksteren krijg je al je meubels gratis bij IKEA

    Zou dat niet leuk zijn? Als het sneeuwt met Pinksteren krijg je 100% van je aankoopbedrag vergoed bij de IKEA. Iets soortgelijks overkwam 1000 klanten van meubelketen Gallery Furniture uit Houston in 2014. De directeur van het bedrijf gaf klanten het complete aankoopbedrag terug als de Seattle Seahawks de Superbowl van dat jaar zouden winnen. En dat deden ze. Ongeveer 1000 klanten die meer dan $6000 hadden besteed, kregen hun aankoopbedrag vergoed. Het kostte Gallery Furniture ongeveer $7 miljoen, maar de directeur haalde dat er naar eigen zeggen dik uit met de gegenereerde media aandacht.

    Dit type promoties zijn in eerste instantie niets voor de doorsnee klant; die houdt immers niet van onzekerheid en vermijdt dat zelfs liever. Toch lijken dit soort aanbiedingen aan populariteit te winnen. Reden voor een aantal onderzoekers – waaronder Dan Ariely – om het fenomeen van “loterij- en gok gerelateerde aanbiedingen” verder te bestuderen.

    Twee groepen respondenten kregen twee type promoties te zien: de ene groep kreeg een product met een vast percentage korting, de andere groep moest gewoon het volledige aankoopbedrag betalen maar kon onder bepaalde condities 100% van het aankoopbedrag terug krijgen. Deze laatste zogenoemde “probabilistic free price promotion” (oftewel: “misschien krijg je het product gratis”) bleek effectiever dan een reguliere korting. Het aantal klanten dat tot een aankoop overging nam toe en ook de gemiddelde besteding per klant steeg.

    Volgens de onderzoekers zijn de resultaten te verklaren omdat mensen relatief grotere besparingen aantrekkelijker vinden dan relatief kleine besparingen. Zij baseren zich op een eerder experiment van Tversky en Kahneman uit 1981. In dat onderzoek werd twee groepen respondenten gevraagd of ze bereid waren om 20 minuten te reizen om $5 dollar korting te krijgen op hun aankoop. De ene groep kreeg een rekenmachine voorgeschoteld die normaal $15 kost, maar bij de winkel op 20 minuten lopen slechts $10; een besparing van 33%. Bij de andere groep ging het om een jas die normaal $125 kost, maar bij de winkel op 20 minuten lopen slechts $120; een besparing van 4%. Hoewel het in beide gevallen om dezelfde besparing gaat ($5) waren vooral de respondenten die de rekenmachine konden kopen bereid om 20 minuten extra te lopen. De relatieve besparing was hier dus doorslaggevend.

    Hetzelfde principe gaat op voor de vaste korting versus het mogelijke gratis product: een korting van 15% op $10 is minder interessant dan mogelijk $10 helemaal niet hoeven te betalen. Moet je alleen wel goed gokken! Aan de andere kant: wie niet waagt…

    When Retailing and Las Vegas Meet: Probabilistic Free Price Promotions – Nina Mazar, Kristina Shampanier and Dan Ariely, Management Science, 2016.

  • Adoptie van innovaties – het effect van tijd op adoptie en communicatie

    Adoptie van innovaties – het effect van tijd op adoptie en communicatie

    Deze post is gebaseerd op het artikel “Managing Consumer Uncertainty in the Adoption of New Products: Temporal Distance and Mental Simulation” van Castano, Sujan, Kacker en Sujan en verscheen in the Journal of Marketing Research, juni 2008.

    Een i-phone, een e-book zoals de Kindle, een magnetron (vroeger dan) en een NEST thermostaat zijn allemaal innovaties. Innovaties zijn mooi, leuk en gewenst want ze impliceren vaak een verbetering van iets dat er al was of – nog beter – ze vervullen een behoefte waar eerder nog niet in kon worden voorzien. Hoe groter de innovatie, hoe beter zou je dus zeggen. Innovaties betekenen ook vaak dat gedrag aangepast moet worden. En juist dat is iets waar consumenten niet op zitten te wachten – hetgeen een mogelijke verklaring geeft voor het grote aantal innovaties dat faalt op de lange termijn. Waar moet op worden gelet bij het introduceren van innovaties? Hoe kun je het beste communiceren over innovaties om de kans te verkleinen dat ze jammerlijk falen?

    (meer…)

  • Iets aan te bieden? Geef klanten een keus!

    Iets aan te bieden? Geef klanten een keus!

    Retailers opgelet! Wanneer u klanten tijdens een verkoopgesprek een product laat zien, vergeet dan niet een alternatief te demonstreren. Een leuke studie van Daniel Mochon (Tulane University) toont aan waarom.

    Als aan een groep respondenten twee DVD spelers worden getoond, kiest 32% van de respondenten voor DVD speler A en 34% voor DVD speler B. Wanneer aan respondenten 1 DVD speler wordt getoond (of alleen A of alleen B) dan besluit slechts 10% de DVD speler te kopen. Enkel door het aanbieden van een alternatief stijgt dus de koopintentie!

  • Het Elaboration Likelihood Model

    Het Elaboration Likelihood Model

    Wat maakt een reclame succesvol? Wat gaat er in ons hoofd om als we een reclame zien? Het Elaboration Likelihood Model van Petty en Cacioppo neemt u mee onder de motorkap. Juist, we duiken de hersenpan in om te zien hoe mensen denken als ze een reclame of advertentie zien. (meer…)

  • De paradox van de slogan

    De paradox van de slogan

    In de serie over Branding hebben we het er veel over gehad: priming. Ik zeg McDonalds, u zegt Rood en Geel, Clown, Hamburger. Een nieuwe studie kwam met een interessante aanvulling hierop. Het merk en de slogan van het merk hebben invloed op het aantal Euro’s dat iemand uitgeeft aan het product. Maar niet op de manier waarop u denkt… (meer…)

  • Drie strategieën voor het accepteren van weerstand

    Drie strategieën voor het accepteren van weerstand

    40% tot 90% (afhankelijk van de productcategorie) van de nieuwe producten die bedrijven lanceren falen meedogenloos. In een zoektocht naar het waarom hiervan en mogelijke oplossingen, vandaag deel 7 in deze serie. Vorige keer zagen we dat het succesvol maken van innovaties begint bij de (h)erkenning van de vereiste gedragsverandering van de klant. Vandaag voegen we hier drie strategieën aan toe die uw organisatie kunnen helpen bij het accepteren van weerstand bij uw klant.

    Voor veel bedrijven is weerstand tegen innovaties niet te vermijden. Belangrijker is dus om te weten hoe er mee om te gaan. Hieronder de eerste drie strategieën voor het accepteren en managen van weerstand bij de klant.

    Heb geduld
    Een van de simpelste strategieën om weerstand te accepteren van klanten is om simpelweg geduld te hebben. Bedrijven moeten zichzelf niet voorhouden dat ze met een innovatie een silver bullet in handen hebben, oftewel, ze moeten niet verwachten dat volgende week de omzet is verdubbeld. Het introduceren en vermarkten van radicale innovaties is een proces dat zich uitstrekt over maanden of zelfs jaren. Een klassiek voorbeeld, maar daardoor niet minder krachtig, is de introductie van de CD. Vanaf de jaren 70 was die techniek allang uitgewerkt maar het duurde zeker tot halverwege de jaren 80 voordat de CD zijn grote entree maakte.

    Ga voor 10x verbetering
    Zorg ervoor dat de nieuwe innovatie echt onomstotelijk veel beter is. Lever een customer value die de bestaande met value met een factor 10 overstijgt. Een prachtige berg aan voorbeelden vinden we in de medische wereld. MRI is 10 keer geavanceerder dan de Röntgen foto’s, Angioplastiek is 10x beter dan een bypass en speciale medicijnen zijn beter dan frontale lobotomie. De weerstand tegen innovaties verdwijnt als sneeuw voor de zon wanneer nieuwe producten echt vele malen beter zijn dan de bestaande. Factor 10, minstens.

    Elimineer het oude
    Iets radicaler maar wel erg effectief: geef klanten geen keus en elimineer de oude alternatieven van uw innovatie. Briljant voorbeeld uit eigen land is de invoering van de OV chipkaart. De introductie stuitte op ongekend protest bij OV reizend Nederland, maar uiteindelijk is iedereen om. Simpelweg omdat mensen geen alternatief – de strippenkaart – kunnen kopen. Overigens was er bij de introductie van de “good-old-strippenkaart” in de jaren ’80 net zoveel protest als tegen de OV chipkaart nu. Weerstand tegen iets nieuws lijkt dus van alle tijden.

    Deze post is gebaseerd op het artikel: Eager Sellers & Stoney Buyers: Understanding the Psychology of New-Product Adoption. Auteur:John T. Gourville. Uit: Harvard Business Review – 2006

  • Vier dimensies van gedragsverandering en innovaties

    Vier dimensies van gedragsverandering en innovaties

    40% tot 90% (afhankelijk van de productcategorie) van de nieuwe producten die bedrijven lanceren falen meedogenloos. In een zoektocht naar het waarom hiervan en mogelijke oplossingen, vandaag deel 6 in deze serie. Het zag er tot nu toe allemaal niet erg rooskleurig uit. Consumenten onderwaarderen innovatieve producten en de organisaties die ze maken overwaarderen ze. In deze post lanceer ik de eerste oplossing voor dit grote probleem.

    Het vergroten van acceptatie voor innovaties begint bij het stellen van de vraag: “welke gedragsverandering vraag ik van mijn klant?”. De introductie van digitaal fotograferen bijvoorbeeld, maakt het mogelijk om zelf foto’s te bewerken. Een enorme stap voorwaarts. In het algemeen geldt dat hoe groter de verandering is (van analoog naar digitaal), hoe groter de kans op een breakthrough.

    Aan de andere kant, hoe groter de verandering van het product, hoe groter de vereiste gedragsverandering door de klant. In plaats van foto’s ontwikkelen in een doka (donkere kamer voor de anabeten onder ons) moet dit nu met behulp van een USB kabel. Dit kan gevaarlijk zijn, want hoe groter de vereiste gedragsverandering is van de klant, hoe groter de weerstand tegen de innovatie wordt.

    Affijn, we zitten weer eens in een lastig parket, maar één conclusie kunnen we in ieder geval wel trekken. Bedrijven leveren superieure waarde wanneer ze een product innoveren, zonder dat er een grote gedragsverandering bij de klant nodig is. Dit idee is samengevat in onderstaande – briljante – matrix.

    Op de y-as de mate van vereiste gedragsverandering, op de x-as de mate waarin het product is verbeterd. In welke categorie valt uw innovatie?

    Easy Sells: Producten die weinig innoveren maar tegelijkertijd weinig gedragsverandering van de klant vereisen verkopen gemakkelijk. De acceptatie van deze innovaties is hoog, maar levert uiteindelijk weinig op voor de klant of het bedrijf.

    Sure Failures: Het product verandert weinig, maar de klant moet zijn gedrag enorm aanpassen. Het Dvorak keyboard is hier een voorbeeld van. Deze toetsenbord indeling biedt weinig extra waarde ten opzichte van een QWERTY keyboard terwijl de klant een compleet nieuwe manier van typen moet leren. Probeer dit soort innovaties te vermijden!

    Long Hauls: Groter veranderingen in het product die ook een grote gedragsverandering vereisen. Hoewel we er nu niet meer bij stil staan, was de mobiele telefoon ten tijde van zijn introductie in deze categorie in te delen. De mobiele telefoon creëert een enorme waarde, maar mensen moesten er aan wennen. Je kunt van dit soort innovaties zeker een succes maken, maar het vereist soms wat geduld.

    Smash Hits: Grote verandering, weinig gedragsaanpassing. Dan ben je goed bezig. Schoolvoorbeeld hier is Google. Door een enorme productverandering (= nieuw zoekalgoritme) te verpakken in een bekende interface was de gedragsverandering voor de gebruiker minimaal terwijl de waarde aanzienlijk steeg.

    Stap 1 in de acceptatie van innovaties is dus het herkennen van gedragsverandering ten opzichte van productverandering. In welke categorie zit ik eigenlijk? Ben ik op de goede weg of vraag ik teveel van mijn klanten en lever ik te weinig?

    Deze post is gebaseerd op het artikel: Eager Sellers & Stoney Buyers: Understanding the Psychology of New-Product Adoption. Auteur: John T. Gourville. Uit: Harvard Business Review – 2006

     

  • Het 3×3 model

    Het 3×3 model

    40% tot 90% (afhankelijk van de productcategorie) van de nieuwe producten die bedrijven lanceren falen meedogenloos. In een zoektocht naar het waarom hiervan en mogelijke oplossingen, vandaag deel 5 in deze serie. Een samenvatting van wat we tot nu toe gezien hebben…

    In de eerdere posts, zagen we dat consumenten subjectief redeneren wanneer zij producten evalueren. Een “objectief beter” product, hoeft dat voor een klant niet te zijn. We zagen ook dat consumenten meer waarde hechten aan de producten die ze nu bezitten en – sterker nog – dat ze die liever niet willen ruilen voor een nieuwer, beter product.

    Het probleem wordt alleen maar erger. Want de wijze waarop consumenten innovaties onderwaarderen, zo worden ze overgewaardeerd door de bedrijven die ze maken. Bedrijven die nieuwe innovaties bedenken en in de markt zetten, kennen deze producten door en door. Ze zien er na zoveel maanden prototypen echt de waarde van in. En … ze denken dat consumenten dat ook zullen zien.

    In een eerdere post lazen we dat consumenten hun huidige bezit een factor 3 meer waard vinden dan de producten die ze niet bezitten. Bedrijven overwaarderen hun nieuwe innovaties eveneens met een factor 3. Het gat tussen wat bedrijven denken dat consumenten waarderen is dus 3×3 = 9 tot 1. Een beetje abstract, maar wel waar. Print onderstaande afbeelding uit en plak het boven je bed (klik voor vergroting). Opdat we nooit vergeten hoe gekleurd de werkelijkheid kan zijn.

    Deze post is gebaseerd op het artikel: Eager Sellers & Stoney Buyers: Understanding the Psychology of New-Product Adoption. Auteur:John T. Gourville. Uit: Harvard Business Review – 2006

  • De Innovatie Bias van Managers

    De Innovatie Bias van Managers

    40% tot 90% (afhankelijk van de productcategorie) van de nieuwe producten die bedrijven lanceren falen meedogenloos. In een zoektocht naar het waarom (meer…)